Overlijden
Conform het convenant met de Gemeente Wassenaar, is het parochiekerkhof alleen bestemd voor eigen parochianen van wie bekend is, of door betrokkenen kan worden aangetoond, dat de overledene een band had met de parochie.
Deze band kan bijvoorbeeld blijken uit het actief deelgenomen hebben aan het parochieleven en/of door de bijdragen aan de Kerkbalans van minimaal de laatste twee jaren. De uiteindeljke beoordeling is echter voorbehouden aan de kerkhofcommissie.
Tevens is het begraven op ons kerkhof is onderworpen aan de regels van het kerkhofregelement, welke verkrijgbaar is op het secretariaat.
Wanneer een sterfgeval op handen is, is het raadzaam om de coördinerend Koster hiervan in een zo vroeg mogelijk stadium in kennis te stellen.
Dit kunt U doen via het kerkadres - tel.: (070) 517 82 78 (met voice mail).
Dit in verband met het eventueel toedienen van de laatste H. Sacramenten en het tijdig afspreken van de Uitvaartmis.
Nadat de Priester het bericht heeft ontvangen, zal hij een eerste bezoek bij U thuisbrengen om bijzonderheden te bespreken.
Voor alle praktische zaken rond de begrafenis wende men zich tot onze coördinerend koster, de heer C. Van der Ham, die op alle vragen afdoende antwoord kan geven. Tevens heeft hij een boekje met gegevens beschikbaar.
Er bestaat de mogelijkheid om de overledene op te baren in de torenkapel in de kerk van De Goede Herder. Ook dat is te bespreken met de heer C. Van der Ham. (Tel. 070-517 84 85 - Mobiel nummer:0651 797 635)
Email:
cees.vander.ham@telfort.nl
versie 10-09-2007
Reglement voor het beheer van de begraafplaats ‘In Loco Pascuae'.
Inhoud.
Hoofdstuk I. Algemene Bepalingen.
Begripsaanduidingen. Bestuur en Kerkhof Commissie.
Beheerder en Kerkhof Commissie.
4a Regelingen vóór een begraving.
4b Bevordering van natuurlijke ontbinding.
Begraving van overledene en bewaring van een asbus.
Werkzaamheden op begraafplaats.
Bezoekers.
Administratie.
Hoofdstuk II. Vestigen van het Grafrecht.
Schriftelijke overeenkomst.
Uitgifte van graven.
Recht op eigen (urnen) graf.
Recht op algemeen graf.
Adres rechthebbende en gebruiker.
Overlijden rechthebbende en gebruiker.
Overdracht grafrecht.
Weigering tot begraving of bijzetting.
Ontbindende voorwaarden grafrechten.
Hoofdstuk III. Het verlengen van grafrechten op eigen graf.
Het schriftelijk informeren van de rechthebbende.
Verzoek rechthebbende
Voorwaarden voor verlenging.
Verlenging bij bijzetting.
Algemene graven.
Hoofdstuk IV. Einde van de Grafrechten.
Einde van de grafrechten.
Hoofdstuk V. Indeling begraafplaats en Onderscheid van graven
Indeling door het Bestuur.
Soorten van graven en graftekens.
Eigen graven.
Kindergraven
Algemene graven
Eigen urnengraf
Hoofdstuk VI. Asbussen
Bewaring van asbussen.
Recht op het bewaren van een asbus.
Ruiming van asbussen.
Hoofdstuk VII. Graftekens en grafbeplantingen.
Vergunning.
Risico van schade aan graftekens.
Onderhoud graftekens en grafbeplanting.
Plaatsen, verwijderen, herplaatsen van een grafteken door rechthebbende.
Tijdelijke verwijdering grafteken door beheerder.
Verwijdering van graftekens na einde grafrecht.
Graftekens algemene graven.
Hoofdstuk VIII. Tarieven en onderhoud .
Tarieven.
Algemeen onderhoud.
Beperking onderhoudsverplichting.
Ruiming van graven en asbussen.
Hoofdstuk IX. Overgangsbepaling.
Overgangsbepaling.
Hoofdstuk X. Slotbepalingen.
Sluiting van een begraafplaats.
Klachten.
Onvoorzien.
Vervallenverklaring eerdere reglementen.
Wijziging reglement.
Bijlage: Voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplantingen
Hoofdstuk I Algemene Bepalingen.
Begripsaanduidingen.
Artikel 1.
In de Reglement wordt verstaan onder:
a. Parochie: de R.K. Parochie De Goede Herder, Stoeplaan 2, 2243 CZ te Wassenaar,
eigenaresse van de begraafplaats.
Bestuur: het bestuur van de R.K. parochie De Goede Herder, Stoeplaan 2 te Wassenaar,
Begraafplaats: het terrein bestemd voor het begraven van overledenen en voor het begraven of bijzetten van urnen of asbussen van overledenen, geheten: ‘In Loco Pascuae' gelegen aan de Stoeplaan te Wassenaar.
Beheerder: degene, die door het Bestuur is belast met de dagelijkse leiding en het beheer van de begraafplaats;
Eigen graf: een ruimte op de begraafplaats, bestemd voor het begraven van één of twee overledenen, en/of één of twee asbussen, waarvan het gebruiksrecht voor de duur van 20 jaar is verleend aan een rechthebbende volgens de voorwaarden van dit reglement, welk recht kan worden verlengd;
Rechthebbende: de meerderjarige persoon aan wie het recht op een eigen graf is verleend, dan wel op het plaatsen van een urn in een eigen nis van de urnenbewaarplaats.
Algemeen graf: een ruimte op de begraafplaats, bestemd voor het begraven van meerdere overledenen, die geen verwanten van elkaar behoeven te zijn, waarvan het gebruiksrecht voor de duur van 10 jaar is verleend aan gebruikers volgens de voorwaarden van dit reglement;
Gebruiker: de meerderjarige persoon, aan wie een recht is verleend tot het begraven van een overledene in een algemeen graf, dan wel het plaatsen van een urn in een algemene nis van de urnen bewaarplaats;
Grafrecht: het recht op een eigen graf voor twintig jaar; het recht op bewaring van een asbus in de eigen nis van de urnenbewaarplaats voor twintig jaar, alsmede het gebruiksrecht in een algemeen graf voor tien jaar en het gebruiksrecht van een algemene nis in de urnen bewaarplaats voor twintig jaar;
Grafakte: een schriftelijke overeenkomst met het Parochiebestuur, waarin het grafrecht is vastgelegd.
Bijzetting:
-het begraven van een overledene in een graf, waarin reeds een overledene is begraven;
-het plaatsen van een asbus/urn in een graf, waarin reeds een overledene of een asbus/urn is begraven;
-het plaatsen van een asbus/urn in een urnenbewaarplaats.
Asbus: hermetisch afgesloten koker met daarin de as van een overledene;
Urn: voorwerp waarin één of meerdere asbussen zijn opgeborgen. De bepalingen voor asbussen in dit Reglement gelden ook voor urnen.
Urnenbewaarplaats: voorziening op de begraafplaats, waarin asbussen of urnen in een onverbrekelijk afgesloten ruimte, dan wel hecht aan de plaats van bijzetting verbonden, worden opgeborgen;
Bestuur.
Artikel 2a
Het Parochiebestuur is gebonden aan het Algemeen Reglement voor het Bestuur van een Parochie van de Rooms Katholieke Kerk in Nederland. Ter zake van het beheer van de begraafplaats is het Bestuur bovendien gebonden aan dit onderhavige Reglement.
Kerkhof Commissie.
Artikel 2b.
Het Parochiebestuur benoemt de leden van de Kerkhof Commissie in functie.
Deze commissie bestaat uit minstens:
-een voorzitter
-een secretaris
-een beheerder
–de penningmeester van het bestuur
De Kerkhof Commissie is verantwoording verschuldigd aan het Parochiebestuur en is belast met de uitvoering van dit Reglement.
Beheerder.
Artikel 3a.
De beheerder is belast met de dagelijkse leiding en het beheer van de begraafplaats. Hij is bevoegd om namens en in overleg met de Kerkhof Commissie opdrachten te verlenen betreffende het beheer van de begraafplaats, alsmede namens het bestuur grafrechten te verlenen. Tevens is de beheerder het aanspreekpunt voor belanghebbenden.
Artikel 3b.
De beheerder voert de administratie als genoemd in artikel 8. Hij is daarbij verantwoording verschuldigd aan de penningmeester van het bestuur.
Regelingen vóór een begraving.
Artikel 4a.
1. Vóór het begraven of vóór de bijzetting van een asbus, dienen de noodzakelijke bescheiden te worden overlegd aan de beheerder of de Kerkhof Commissie, dan wel aan het bestuur.
2. Genoemde bescheiden betreffen o.a. het verlof tot begraven, de grafakte, een schriftelijke verklaring omtrent de aard en samenstelling van materialen gebruikt bij de begraving, de kwitantie van de betaling van de verschuldigde rechten of een deugdelijk bewijs van begraving of bewaring van een asbus voor rekening van derden en de eventuele autorisatie van de rechthebbende, of de gebruiker.
3. De begraving dient uitsluitend te geschieden onder toezicht van een door de Kerkhof Commissie aangewezen persoon. Deze persoon is verantwoordelijk voor de controle van de relevante gegevens en voor de correcte inschrijving in het Register.
Bevorderen van natuurlijke ontbinding.
Artikel 4b.
Het is verboden om een overledene te begraven in een zinken of andere metalen of kunststof (binnen) kist.
De materialen, die verwerkt zijn in de lijkkist en de kleding van de overledene dienen zoveel mogelijk van natuurlijk verteerbare aard te zijn. In geval van ernstige en gerechtvaardige twijfel of de materialen aan deze eis voldoen, kan de beheerder een controle instellen. Blijken dan de gebruikte materialen niet aan de gestelde eisen te voldoen, dan kan begraving geweigerd worden.
Het is verboden, om een overledene te begraven met gebruikmaking van een lijkhoes, die niet voldoet aan de voorwaarden van het Lijkomhulselbesluit 1998.
Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen of objecten bij te voegen, die niet tot de kist of de overledene behoren, anders dan kleine verteerbare grafgiften.
Bij het ter begraving aanbieden van een kist of ander lijkomhulsel, dient tenminste 24 uur voorafgaand aan het tijdstip van begraving een schriftelijke verklaring, volgens een door de beheerder vast te stellen model, te worden overlegd omtrent de aanwezigheid van de in voorgaande leden van dit artikel bedoelde materialen en voorwerpen.
Indien van een lijkhoes gebruik wordt gemaakt, dient de aanbieder tevens te overleggen een afschrift van een rapport, waaruit blijkt, dat de gebruikte hoes voldoet aan de normen van het Lijkomhulselbesluit 1998 en een bewijs van aankoop van de betreffende hoes.
Begraving van een overledene en de bewaring van een asbus.
Artikel 5.
De dag en het tijdstip van begraven of het in bewaring geven van een asbus dienen tenminste 48 uur vóór de plechtigheid te worden overeengekomen met de beheerder of de Kerkhof Commissie. Zij dient te geschieden volgens aanwijzingen van de beheerder of een de door de Kerkhof Commissie aan te wijzen persoon.
De kist, dan wel het omhulsel en de asbus moeten zijn voorzien van een duurzaam identiteitskenmerk. De gegevens van dit kenmerk moeten worden opgenomen in de administratie van de begraafplaats.
Werkzaamheden op de begraafplaats.
Artikel 6.
Het delven en dichten van graven, het openen van een graf, het opdelven van stoffelijke resten en het bijzetten van asbussen, geschieden uitsluitend door het personeel van de begraafplaats of, in opdracht van de Kerkhof Commissie, door derden.
De Kerkhof Commissie resp. de beheerder, geeft aan hen, die door de rechthebbenden zijn belast met de bouw, de aanleg, het onderhoud van de graftekens en/of beplantingen, de gelegenheid om hun werkzaamheden te verrichten op tijden, dat de begraafplaats daarvoor geopend en beschikbaar is. Hierbij volgen zij de aanwijzingen van de beheerder.
Geen werkzaamheden mogen worden verricht op zon- en feestdagen en tijdens begravingen en diensten in de kerk of rouwkapel. Op zaterdagen mogen geen werkzaamheden door beroepskrachten worden verricht in opdracht van rechthebbenden, maar is uitsluitend de grafverzorging door nabestaanden, toegelaten.
Iedere dag dienen gereedschappen, afkomende materialen en hulpmaterieel te worden meegenomen of te worden geplaatst of gestort volgens aanwijzingen van de beheerder.
Bezoekers.
Artikel 7.
De Kerkhof Commissie bepaalt in overleg met het bestuur, de tijden, waarop de begraafplaats toegankelijk is. De begraafplaats is voor auto's en fietsen (al of niet met hulpmotor) gesloten. De beheerder kan voor mindervaliden een uitzondering maken. Honden worden alleen aangelijnd toegelaten. Bezoekers worden verzocht iedere luidruchtigheid te vermijden.
Voor het houden van dodenherdenkingen of de plechtige onthulling van een grafteken dient vooraf schriftelijke toestemming te zijn verkregen van het Bestuur.
Administratie.
Artikel 8.
Het bestuur is verantwoordelijk voor de wettelijke verplichting tot het voeren van de administratie van de begraafplaats. De administratie bevat in ieder geval een register van de overledenen met vermelding van hun identiteitskenmerk en aanduiding van de plaats op de begraafplaats , waar zij begraven zijn, evenals een dergelijk register van de bewaarde asbussen. Deze registers zijn openbaar.
Daarnaast bestaat er het nabestaandenbestand grafrechten, waarin de namen en adressen van alle rechthebbenden en gebruikers worden geregistreerd.
Het boekjaar van de begraafplaats loopt van 1 januari tot en met 31 december. Alle rechten, verleend in het eerste halfjaar, worden geacht te zijn verleend per 1 januari daar aan voorafgaand. Alle rechten verleend in het tweede halfjaar, worden geacht te zijn verleend per 1 januari daar op volgend.
Hoofdstuk II Het vestigen van het grafrecht.
Schriftelijke overeenkomst.
Artikel 9.
Een grafrecht wordt gevestigd door een schriftelijke overeenkomst met het bestuur, genaamd de Grafakte.
Op de begraafplaats kunnen begraven worden:
- zij, die als parochiaan staan ingeschreven bij de parochie en zij, die met een parochiaan gehuwd zijn, of die met een parochiaan duurzaam een huishouden vormen; alsmede de kinderen van de parochiaan.
- oud parochianen, die in een instelling voor gezondheidszorg verblijven en die voorheen tot de parochie behoorden.
Het Bestuur kan van lid 2 in uitzonderlijke gevallen afwijken en toestaan, dat anderen op de begraafplaats worden begraven.
Uitgifte van graven.
Artikel 10.
De graven van een gravenveld worden in volgorde, door de beheerder te bepalen, uitgegeven. Het is niet mogelijk een bepaalde grafruimte te reserveren, tenzij een grafrecht wordt verworven, als bedoeld in artikel 11.
Recht op eigen (urnen-) graf.
Artikel 11.
Het Bestuur kan aan een meerderjarige persoon het uitsluitende recht verlenen om voor twintig jaren gebruik te maken van een bepaalde (urnen)- grafruimte, ten behoeve van zichzelf, de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levenspartner, alsmede zijn of haar kinderen. Dit recht wordt verleend onder de voorwaarden, in dit reglement gesteld. In ieder geval moet betaling op grond van artikel 40 van dit reglement zijn geschied en moet bij de rechtsverkrijging schriftelijk worden ingestemd met het ruimen van het graf (artikel 43), wanneer dit recht geëindigd is, door welke oorzaak dan ook.
Recht op algemeen graf.
Artikel 12.
Het Bestuur kan aan een meerderjarige persoon het recht verlenen om voor 10 jaren gebruik te maken van een plaats in een grafruimte, bestemd voor meerdere overledenen. Dit gedeelde recht wordt verleend onder de voorwaarden, in dit reglement gesteld. In ieder geval moet betaling op grond van artikel 40 van dit reglement zijn geschied en moet bij de rechtsverkrijging schriftelijk worden ingestemd met het ruimen van het graf (artikel 43), wanneer dit recht geëindigd is, door welke oorzaak dan ook.
Adres rechthebbende en gebruiker.
Artikel 13.
De rechthebbende en de gebruiker zijn verplicht hun adres aan het bestuur op te geven, evenals de wijziging van hun adres.
Overlijden rechthebbende en gebruiker.
Artikel 14.
Binnen 6 maanden na het overlijden van de rechthebbende of de gebruiker, dient het grafrecht, na een daartoe strekkend verzoek van de erfgen(a)m(en), te worden overgeschreven op naam van de echtgenoot / echtgenote, geregistreerde partner of andere levenspartner, of zijn of haar kinderen in overeenstemming met artikel 15.
Indien de rechthebbende of de gebruiker is overleden en in het graf dient te worden begraven of zijn asbus dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving als bedoeld in lid 1 van dit artikel, voorafgaand aan die begraving of bijzetting te worden gedaan.
Overdracht grafrecht.
Artikel 15.
Een grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan het bestuur van een door de rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht met vermelding van de personalia en het adres van de rechtsopvolger.
Overdracht aan een ander dan de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levenspartner, of de kinderen van de rechthebbende of gebruiker is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan naar het oordeel van het bestuur.
Een rechthebbende kan afstand doen van grafrechten, zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding. Het afstand doen dient schriftelijk te geschieden.
Weigering tot begraving of bijzetting.
Artikel 16.
Het bestuur behoudt zich het recht voor, ook nadat grafrechten zijn verleend, om canonieke redenen begraving van een overledene en met name de bijzetting in een eigen graf, of een algemeen graf te weigeren, onder teruggave van de reeds betaalde rechten, of alleen de begraving op een bepaald gedeelte van de begraafplaats toe te staan.
Ontbindende voorwaarden grafrechten.
Artikel 17.
Het Bestuur verleent grafrechten uitdrukkelijk voor de tijd, gedurende welke het terreingedeelte, waarin zich de (urnen-)graven bevinden, tot de begraafplaats blijft behoren
en de begraafplaats voorts in exploitatie blijft.
Aan de toegekende grafrechten kan geen titel ontleend worden om zich te verzetten tegen de eventuele bestemmingsverandering van (een gedeelde van) de begraafplaats of tegen de voorgenomen sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats.
Hoofdstuk III. Het verlengen van grafrechten.
Schriftelijk informeren van de rechthebbende.
Artikel 18.
Het Bestuur zal uiterlijk één jaar vóór het verstrijken van een termijn, waarvoor grafrechten
zijn verleend en die kunnen worden verlengd, de rechthebbende schriftelijk attenderen op het aflopen van de grafrechten en de voorwaarden bekend maken, waaronder deze grafrechten kunnen worden verlengd, telkens voor een termijn van 10 jaar.
Indien het adres van de rechthebbende onjuist of onbekend is, zal getracht worden het adres te achterhalen bij de afdeling Bevolking van het Gemeentehuis.
Indien het adres van de rechthebbende niet ingevolge lid 2 kan worden achterhaald, zal bij het ontbreken van het adres de mededeling worden gedaan door aanplakking bij het graf alsmede bij de ingang van de begraafplaats. De mededeling blijft aangeplakt tot het einde van de termijn van het grafrecht.
Verzoek rechthebbende.
Artikel 19.
Een rechthebbende kan binnen twee jaren vóór de afloop van de termijn schriftelijk verlenging van zijn rechten aanvragen voor een aansluitende termijn van tien jaren.
Het bestuur zal een aanvrage als gevolg van lid 1 inwilligen, in zoverre van het recht tot begraven gebruik is gemaakt en geen bijzondere redenen, zoals de voorgenomen ruiming van een gravenveld, zich daartegen verzetten.
Bij het verzoek tot verlenging moeten de door het bestuur nodig geachte bescheiden worden overlegd. De verlenging wordt aangetekend in het register en op de grafakte.
Voorwaarden voor verlenging.
Artikel 20.
De verlenging van grafrechten wordt slechts verleend, wanneer het onderhoud van het graf zich, naar het oordeel van het Bestuur, niet bevindt in kennelijke staat van verwaarlozing, geldend op het tijdstip, waarop de verlenging ingaat en volgens de alsdan geldende tarieven.
Het bestuur behoudt zich het recht voor om de grafrechten niet te verlengen, indien er geen gebruik tot begraven is gemaakt. In dat geval wordt de rechthebbende in de gelegenheid gesteld, elders op de begraafplaats een grafrecht te vestigen.
Verlenging bij bijzetting.
Artikel 21.
Wanneer in een eigen (urnen-) graf, bestemd voor het begraven van meerdere overledenen, een bijzetting heeft plaatsgevonden, wordt een lopende termijn van het grafrecht verlengd, indien daarvan tien of meer jaren verstreken zijn en wel met tien jaren, te rekenen vanaf de datum van bijzetting.
Algemene graven.
Artikel 22.
Het recht van een gebruiker van een algemeen graf kan niet worden verlengd.
Hoofdstuk IV. Einde van de grafrechten.
Einde van de grafrechten.
Artikel 23.
De grafrechten vervallen:
Door het verlopen van de gestelde termijn met inachtneming van het bepaalde in artikel 18;
Indien de betaling van een overeengekomen verlenging van het grafrecht niet binnen drie maanden na aanvang van de verlenging in overeenstemming met artikel 40 van dit reglement is geschied.
Indien een terreingedeelte, waarin zich de (urnen-)graven bevinden, aan de bestemming van de begraafplaats wordt onttrokken of wanneer de begraafplaats niet meer als zodanig wordt geëxploiteerd overeenkomstig artikel 17.
Indien de aankondiging van het aflopen van de termijn van het grafrecht in overeenstemming met artikel 18 bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats aangeplakt is geweest en de rechthebbende gedurende die periode niet heeft gereageerd.
Indien de rechthebbende het onderhoud van graftekens of beplanting verwaarloost en na sommatie weigert te doen herstellen of de herstelkosten te voldoen, in overeenstemming met artikel 35.
Indien de rechthebbende of een gebruiker, bij onderhandse verklaring afstand doet van een verkregen grafrecht. Wanneer nog geen gebruik werd gemaakt van het recht tot begraven kan een evenredige terugbetaling plaatsvinden.
Hoofdstuk V. Indeling van de begraafplaats en onderscheid van de graven.
Indeling door het Bestuur.
Artikel 24.
Het bestuur behoudt zich het recht voor om de aanleg en de indeling van de begraafplaats, de bestemming van de gravenvelden en het onderscheid in (urnen-)graven vast te stellen en te wijzigen.
Soorten van graven en graftekens.
Artikel 25.
De Bestuur verleent rechten op het tijdelijke gebruik, respectievelijk medegebruik van:
een eigen graf in een vak, waarop toegelaten worden graftekens na afzonderlijke goedkeuring conform Bijlage 3 van dit Reglement. Bijzetting van asbussen of urnen is toegestaan.
een grafplaats in een algemeen graf.
een algemeen kindergraf of een algemeen graf voor een doodgeborene of een onvoldragen vrucht in een vak, waarop toegelaten worden graftekens na afzonderlijke goedkeuring conform Bijlage 3 van dit Reglement. Bijzetting van asbussen of urnen is niet toegestaan.
een plaats in een eigen urnennis in de urnenbewaarplaats voor twee asbussen/urnen
een plaats in een algemene urnennis in de urnenbewaarplaats
De modellen van graftekens worden omschreven in de voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplantingen, zoals voorzien in artikel 33.
Eigen Graven `
Artikel 26.
Een eigen graf is bestemd voor het begraven, boven elkaar, van maximaal 2 overledenen en/of het plaatsen van maximaal 2 asbussen. Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan de overledenen aanwijzen, die na overlijden in een eigen graf mogen worden begraven.
Kindergraven.
Artikel 27.
In een kindergraf wordt een overleden kind begraven, dat niet ouder was dan 12 jaar.
Algemene graven.
Artikel 28.
In een algemeen graf worden maximaal twee overledenen begraven.
Eigen urnengraf.
Artikel 29.
In een eigen urnengraf kunnen één of twee asbussen worden begraven.
Hoofdstuk VI Asbussen
Bewaring van asbussen.
Artikel 30.
Asbussen kunnen op de begraafplaats bewaard worden in een eigen of algemene nis van de urnenbewaarplaats of door bijzetting in een bestaand eigen graf.
Recht op het bewaren van een asbus.
Artikel 31.
De artikelen 9 t/m 17 zijn van overeenkomstige toepassing voor degenen, die een recht willen vestigen op het bewaren van een asbus op de begraafplaats op een van de in artikel 30 genoemde wijzen.
Ruiming van asbussen.
Artikel 32.
Ruiming van een asbus na het vervallen van het recht op bewaren van de asbus geschiedt door verstrooiing van de as.
Hoofdstuk VII. Graftekens en grafbeplantingen.
Vergunning.
Artikel 33.
Het Bestuur kan uitsluitend aan rechthebbenden vergunning verlenen om graftekens en/of beplantingen op eigen graven te doen aanbrengen. Deze mogen slechts worden geplaatst na voorafgaande schriftelijke toestemming van het Bestuur. Daartoe moeten de tekeningen met bijbehorende toelichting en de tekst aan het Bestuur worden toegezonden. De graftekens en/of beplantingen moeten voldoen aan de ‘ Voorschriften voor het toelaten van graftekens, grafbeplantingen en grafkelders', behorende tot dit reglement (bijlage 3) en die door het bestuur zijn vastgesteld. Deze voorschriften worden op verzoek door de beheerder aan iedere belanghebbende verstrekt. Graftekens en/of beplantingen, die naar het oordeel van het bestuur niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, worden door het bestuur geweigerd en kunnen, na aangebracht te zijn, door het bestuur op kosten van de rechthebbende, worden verwijderd.
Risico schade aan graftekens.
Artikel 34.
De graftekens worden door natrekking formeel eigendom van de eigenaar van de grond. Het bestuur aanvaardt deze graftekens evenwel niet in beheer. Dit betekent, dat de rechthebbende onverminderd verantwoordelijk blijft voor de voorwerpen, die zich op de graven bevinden, evenals voor het onderhoud, met inachtneming van het bepaalde in artikel 35.
Schade aan graftekens ontstaan door storm, vandalisme en/of door op de begraafplaats uitgevoerde werkzaamheden door personeel van de begraafplaats, wordt door het bestuur uitsluitend vergoed tot het bedrag, waarvoor deze risico's door de desbetreffende verzekeringsovereenkomsten van het bestuur worden gedekt.
Onderhoud graftekens en grafbeplanting.
Artikel 35.
1. De graftekens en grafbeplantingen moeten ten genoegen van het bestuur worden
onderhouden door de rechthebbenden. Onder behoorlijk onderhoud wordt mede verstaan het doen herstellen, vernieuwen of waterpas stellen van graftekens en/of beplanting.
2 . Wanneer naar het oordeel van het bestuur het onderhoud wordt verwaarloosd zal de rechthebbende schriftelijk worden gesommeerd dit herstel of onderhoud te doen plaatsvinden. Afschrift van deze sommatie wordt, als de rechthebbende onbereikbaar is, bij het graf en de ingang van de begraafplaats aangeplakt. Na een jaar is het bestuur gerechtigd ofwel het omschreven herstel of onderhoud op kosten van rechthebbende te doen plaatsvinden ofwel het grafteken en/of beplantingen op kosten van rechthebbende te doen verwijderen. Wanneer de rechthebbende verklaart deze kosten voor herstel, onderhoud of verwijdering niet te willen voldoen, wanneer de rechthebbende deze kosten na uitvoering niet binnen drie maanden na factuurdatum aan het bestuur heeft voldaan of wanneer de rechthebbende in genen dele heeft gereageerd op de sommatie, vervalt het grafrecht, zonder dat een evenredige terugbetaling kan worden verlangd.
3. De aangeplakte sommatie wordt eerst verwijderd, indien de rechthebbende in het onderhoud voorziet of het grafrecht is vervallen.
Plaatsen, verwijderen, herplaatsen van een grafteken door rechthebbende.
Artikel 36.
Opdracht tot het plaatsen van een grafteken, of tot het verwijderen van een grafteken voor een bijzetting en tot het herplaatsen daarvan na een bijzetting, moet worden gegeven door de rechthebbende. Wanneer een verwijderd grafteken zich op de begraafplaats bevindt en niet binnen drie maanden na de bijzetting wordt herplaatst, is het bestuur gerechtigd de delen daarvan van de begraafplaats te doen verwijderen en te doen vernietigen op kosten van de rechthebbende.
Tijdelijke verwijdering grafteken door de beheerder.
Artikel 37.
Indien het vanwege het beheer van de begraafplaats naar het oordeel van de beheerder nodig is, kunnen het grafteken en/of de beplanting van het graf van een rechthebbende op last van en voor rekening van het bestuur worden weggenomen en kan op het graf tijdelijk zand worden gedeponeerd. De rechthebbende wordt hiervan tevoren in kennis gesteld.
Het in lid 1 genoemde is eveneens van toepassing indien een bijzetting plaats vindt in een naast gelegen graf, waarbij de grafbedekking van het betreffende graf tijdelijk wordt geplaatst op een geschikte, naast gelegen, grafbedekking.
Verwelkte bloemen en ontsierende voorwerpen kunnen door de beheerder, zonder voorafgaande waarschuwing, van de graven worden verwijderd.
Verwijdering van graftekens na einde grafrecht.
Artikel 38.
Binnen drie maanden na het eindigen van het grafrecht kunnen grafteken en/of beplanting door de rechthebbende van het graf worden verwijderd. Na verloop van drie maanden wordt de rechthebbende geacht geen prijs te stellen op het weer in bezit nemen van grafteken en/of beplanting en is het bestuur gerechtigd deze te doen verwijderen en te doen vernietigen.
Graftekens algemene graven.
Artikel 39.
Op algemene (urnen-)graven mogen door de gebruikers alleen graftekens worden opgericht of grafbeplanting aangebracht, volgens de voorschriften van het bestuur.
Hoofdstuk VIII Tarieven en onderhoud.
Tarieven.
Artikel 40.
Voor het vestigen en verlengen van een grafrecht, voor bijzettingen, voor onderhoud en voor het verwijderen van graftekens en/of beplanting bij einde van de termijn, waarvoor een grafrecht is aangegaan, worden tarieven geheven. Deze zijn als volgt samengesteld:
een bedrag voor de werkzaamheden aan het (urnen)graf;
een bedrag voor het grafrecht;
een bedrag ineens of in jaarlijkse termijnen ter bestrijding van de kosten van het door het bestuur uit te voeren algemeen onderhoud van de begraafplaats, voor de duur van het grafrecht.
een bedrag ter bestrijding van de kosten van verwijdering en vernietiging van het grafteken en/of de grafbeplanting en het eindigen van het grafrecht.
Het bestuur stelt een afzonderlijke lijst op van de voor de begraafplaats geldende tarieven.
Algemeen Onderhoud.
Artikel 41.
Het bestuur zal zorgdragen, dat de afrasteringen, de paden, de groenvoorziening en de beplanting van de begraafplaats worden onderhouden. Tot dit onderhoud behoren de werkzaamheden aan de groenvoorziening en de beplanting rondom de graven, in zoverre deze niet in overeenstemming met artikel 33 door de rechthebbende zijn aangebracht.
Het bestuur kan besluiten tot tijdelijke sluiting van de begraafplaats over te gaan in verband met het uitvoeren van werkzaamheden en in verband met ruimingen. Dit besluit kan ook voor een gedeelte van de begraafplaats worden genomen.
Beperking onderhoudsverplichting.
Artikel 42.
Het Bestuur verplicht zich om aan het in artikel 41 omschreven onderhoud te besteden, maximaal de bedragen, die uit de tarieven op grond van artikel 40 voor onderhoud zijn verkregen en daarvoor per jaar beschikbaar zijn, alsmede de eventueel van overheidswege daarvoor verkregen subsidies.
Deze beperking van de onderhoudsverplichting geldt in het bijzonder na sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats.
Ruiming van graven en asbussen.
Artikel 43. Het bestuur heeft het recht om de (urnen-)graven en de in de urnenbewaarplaats bewaarde asbussen, waarvan de rechten meer dan drie maanden vervallen zijn, te doen ruimen, met in achtneming van de wettelijke termijn.
Hoofdstuk IX. Overgangsbepaling .
Artikel 44. Voor de in het verleden verleende grafrechten, waarvan de tijdsduur niet meer aantoonbaar vast te stellen was, heeft het reglement van 16.05.1995 de termijn gesteld op 30 jaren na inwerkingtreding van dat reglement. Het huidige reglement vervangt dit reglement en gaat uit van het toen bepaalde ten aanzien van de genoemde grafrechten. Het tariefonderdeel voor het grafrecht, zoals bedoeld in artikel 40 lid 1 sub B, is derhalve gedurende deze periode niet verschuldigd.
Rechthebbenden met een grafrecht, dat aantoonbaar voor onbepaalde tijd is verleend, zijn niet het tariefonderdeel verschuldigd voor het grafrecht, zoals bedoeld in artikel 40, lid 1, sub B.
Hoofdstuk X. Slotbepalingen.
Sluiting van een begraafplaats.
Artikel 45.
Het bestuur behoudt zich het recht voor de begraafplaats, of een gedeelte daarvan, voor begravingen, en voor het bewaren van asbussen, te sluiten of gesloten te doen verklaren. Uitsluitend de betalingen voor begravingen, waarvan op dat moment nog geen gebruik is gemaakt, worden daarna door het bestuur aan rechthebbende gerestitueerd. Het bestuur is niet aansprakelijk voor opgravings- en overplaatsingskosten van resten en/of graftekens naar andere begraafplaatsen.
Klachten.
Artikel 46.
Belanghebbenden kunnen omtrent feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats bij het bestuur een schriftelijke klacht indienen. Het bestuur zal binnen dertig dagen na ontvangst van de klacht beslissen en de klager schriftelijk daarvan in kennis stellen.
Onvoorzien.
Artikel 47.
In gevallen, waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.
Vervallenverklaring eerdere reglementen.
Artikel 48.
Het bestuur herroept de bepalingen en voorschriften van eerdere reglementen, de begraafplaats betreffende en stelt dit reglement daarvoor in de plaats.
Wijziging reglement.
Artikel 49.
Dit reglement heeft de goedkeuring van de Bisschop van Rotterdam.
Het bestuur is gerechtigd dit reglement te wijzigen.
Wijzigingen in dit reglement behoeven eveneens de goedkeuring van genoemde bisschop.
De rechthebbenden en de gebruikers worden van de wijzigingen in kennis gesteld.
Dit reglement is vastgesteld in de vergadering van het bestuur d.d. 13 december 2006.
Goedgekeurd door de Bisschop van Rotterdam d.d. 15 augustus 2006 onder nummer B.M. 06.200.
Van toepassing verklaard met ingang van 1 januari 2007.
Wassenaar, 15 augustus 2006
A.H. van Luyn,
Bisschop van Rotterdam.